Search

VOLGENDE ACTIVITEIT

Noteer onze volgende activiteit alvast in je agenda,
onze aktiviteiten gaan door in GC Warande, Opperstraat 31, 1770 Liedekerke

Voor meer informatie zie onze pagina activiteiten

AL ONZE AKTIVITEITEN ZIJN UITGESTELD TOT NADER TE BEPALEN DATUM



Het luisterspel

UITGESTELD!



Waar komen
onze familienamen vandaan

UITGESTELD!



Tentoonstelling

CULTUREEL WEEKEND AFGELAST



De bastaardkinderen van de graven van Vlaanderen en
de staatshoofden
van België

UITGESTELD!

Lydie van de post

Lydie van de post

         Zie ook het artikel op onze website ‘DE POST IN LIEDEKERKE’

91 is ze en al een aantal jaren weduwe van Elie Deneys, maar ze is nog bijzonder helder van geest: Lydie De Backer of juffrouw Lydie of Lydie van de post, geboren in 1925.
Anne Gies is haar op een zonnige herfst-namiddag gaan opzoeken en liet haar op verhaal komen want Lydie is een boek vol interessante feiten over de post en het onderwijs in onze gemeente.
Al decennia lang woont ze op de hoek van de Warandestraat met de Steinfurtdreef in het huis met de afgeronde gevel. De vele ramen erin geven haar een prachtig zicht op het pastorijpark en de Sint-Niklaaskerk. 
Dochter Lutgart Deneys helpt met koffie zetten en dan kan het gesprek beginnen. 

De grootmoeder van Lydie langs moeders kant heette Delphine De Brabanter. Zij had een specerijwinkeltje in de Warandestraat. Helemaal op het eind van de 19e eeuw verscheen het nieuws over het voornemen om in Liedekerke een postkantoor op te richten. Ze zochten een geschikte persoon die het kantoor kon openhouden, iemand met een goede kennis van de Franse taal. 

Delphine stelde zich kandidaat en haalde het ambt binnen. Dat men uitgerekend in die tijd – toen mannen nog heersten over de schepping - een functie als deze aan een vrouw gaf kan merkwaardig klinken maar Delphine had op internaat gezeten in Geraardsbergen en er uitstekend Frans geleerd.  Dat gaf de doorslag.
Net als het specerijwinkeltje was nu ook het postkantoor niet meer dan een stukje van de woonkamer. En hoe krap ook, toch lukte het haar om op een paar vierkante meter het postkantoor te runnen. Op een dag kreeg Delphine echter het dwingende verzoek om te zorgen voor uitbreiding van de werkruimte, zo niet zou ze het postmeesterschap verliezen. Zij en haar echtgenoot, Benoit De Coene, onderwijzer in de gemeenteschool, lieten dan maar een bijgebouw optrekken. Het is trouwens dat bijgebouw dat vandaag onze heemkring huisvest. Om voor enig evenwicht in de architectuur te zorgen lieten ze aan de andere kant van de woning nog zo’n annex aanbouwen. Daarin kon later hun schoonzoon, Robert De Backer, tot in de jaren zestig zijn horlogerie uitbaten. 
Lydie, dochter Lutgart en zoon Stefaan gingen onlangs op zoek naar meer informatie over de gedwongen uitbreiding maar konden niets vinden. Hun vermoeden is groot dat niet de posterijen maar Delphine en Benoit zelf de kosten voor deze uitbreiding hebben moeten dragen. 

De eerste wereldoorlog

Gezin
De Coene-De Brabanter

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen in 1914 de eerste wereldoorlog uitbrak, hebben ook Delphine en haar familie dat geweten. Delphine had vijf kinderen, waaronder een zoon, Rudolf. De jongeman vluchtte, zoals vele anderen, naar het neutrale Nederland. Maar al gauw kwam hij naar huis terug en verstopte zich op de zolder boven de post. Dat was goed gezien maar ook gedurfd. Zijn familie was altijd vlakbij maar er kwamen wel eens Duitse officieren over de vloer, want de posterijen stonden onder Duits toezicht. Zij hebben gelukkig nooit iets gemerkt van de ‘deserteur’ die zich vlak boven hun hoofden bevond. Maar de oorlog was niet van vandaag op morgen gedaan en Rudolf heeft zich te lang moeten verstoppen. Het eindeloze verblijf op zolder, zonder zonlicht, heeft hem ziek gemaakt. Hij is uiteindelijk veel te jong overleden aan de gevolgen van TBC.
Delphine had nochtans op het punt gestaan om een Duitse officier die regelmatig in de post kwam en als kind in Mechelen had gewoond en goed Nederlands sprak, over de onderduik van haar zoon in vertrouwen te nemen. De man had namelijk blijk gegeven van menselijkheid en bij Delphine leefde de hoop dat hij misschien als enige haar inmiddels zeer zieke zoon zou kunnen helpen. Elke andere Duitse militair zou hem meteen hebben aangegeven. Maar uiteindelijk vond ze het veel te riskant, niet alleen voor Rudolf maar voor de hele familie. 
Delphine werd ernstig ziek. Alleen haar oudste dochter Eudoxie was blijven leven en nam geleidelijk aan het werk van haar moeder over en was zo op nog jonge leeftijd al een volleerde postmeesteres.
Uit eerbied voor haar moeder liet Eudoxie, Doxie van de post, echter na het ambt meteen op haar naam te laten zetten en deed dat pas vele jaren later toen haar moeder overleed. Hierdoor zou Eudoxie een goed pensioen aan haar neus voorbij zien gaan, wat een spijtige zaak was. Eudoxie huwde met Robert De Backer, horlogemaker, zij kregen twee dochters, Irène en Lydie.
Lydie, die opgroeide tussen zendingen, spaarboekjes en stempels, weet nog goed hoe het postkantoor er van binnen uitzag en probeert dat zo goed mogelijk te beschrijven: ‘als een klant binnenkwam zag hij moeder links aan het werk achter het loket op een tree, een verhoogde vloer. Voorbij het loket waar de vloer weer lager was stond de brandkast. 
Het lokaal was smal maar heel erg diep. Rechts, en dus tegenover Eudoxie, stond een lange tafel waarop de postbodes de post sorteerden. 
Lydie herinnert zich ook dat haar moeder zeer knap was in hoofdrekenen, iets wat goed van pas kwam bij de uitoefening van het postambt – zonder enige rekenmachine. En ze had een bijzonder goed geheugen; moeder Eudoxie kende de geboortedatum van alle spaarders uit het hoofd en dat waren er nogal wat. 
In de St.-Antoniusmeisjesschool, die vlakbij was, hadden de meeste kinderen een spaarboekje van de post. Ze brachten elke week hun spaarcentjes gewoon mee naar school. De zusters verzamelden de centen, stopten ze samen met de honderden spaarboekjes  in een wasmand en brachten die na schooltijd te voet naar Eudoxie die de verdere administratieve afhandeling deed. Het spaargeld ging dan in de brandkast. Maar die coffre fort met al dat geld erin heeft haar altijd een heel ongerust gevoel gegeven. Gelukkig is ze van diefstal of overvallen gespaard gebleven. 

De alleroudste herinnering van Lydie dateert van rond 1930: ze ziet zichzelf nog als kleuter zitten in de deuropening tussen de post en de woning waar ze speelde met haar pop. Maar om vier uur moest ze weg want dan moest moeder de rekeningen maken. 

De tweede wereldoorlog

In de Warandestraat voorbij het postkantoor, op de plaats waar dochter Lutgart en zoon Stefaan naast elkaar hebben gebouwd, stond rond de bevrijding Engels afweergeschut. Toen een Duits vliegtuig over Muilem scheerde haalden de Engelsen het van hieruit neer. Ze spoedden zich naar hun buit, sleurden de piloot die het had overleefd uit zijn toestel en brachten hem naar de Warandestraat. Ze hielden hem hier vast tot er van hogerhand werd beslist over zijn lot. Maar wat er verder precies met hem is gebeurd, is niet gekend.
Een andere keer werd niet een Duitse maar een Engelse soldaat voorgeleid. Hij had een overste van antwoord gediend en moest daarom streng gestraft worden. Om een voorbeeld te stellen werd de arme kerel vlak voor het postgebouw door de Engelsen zelf in de benen geschoten… 
Eudoxie die nu twee opgroeiende dochters had, kreeg meer en meer gezondheidsproblemen.  Haar man en dochter Irène,  met haar 15 jaar enkele jaren ouder dan Lydie, moesten geleidelijk aan bijspringen. Omdat haar gezondheidstoestand niet verbeterde, moest zij haar pensionering aanvaarden, Irène was nog te jong om haar kandidatuur te kunnen stellen als postmeesteres. Zo verdween het postkantoor rond 1936 uit de Warandestraat. Het verhuisde naar de Stationsstraat waar nog later Dr. Strijpens zich vestigde.  Vanaf dan ging Irène helpen in de weging, het kinderwelzijn, dat gevestigd was achter het patronaat in de Warandestraat, ongeveer waar nu de bibliotheek is. Het gewezen postkantoor werd in huur genomen door een jonge tandarts uit Jette, dr Geernaert, de eerste tandarts in Liedekerke; hij gaf zijn praktijk echter na enkele jaren weer op.

Onderwijsdynastie

    

Echtpaar de Backer -De Coene         Echtpaar August De Backer-Sidonie Lindthoudt
bij hun huwelijk in 1920                     in 1916

Robert, de man van Eudoxie en de vader van Lydie en Irène, was een broer van Maria De Backer. Maria was dan weer de moeder van de elf kinderen  Van Damme, waarvan  vijf zussen in het onderwijs stonden. De zussen waren kleuterleidster in de St-Antoniusmeisjesschool in de Opperstraat en in de kleuterschool in Borchtlombeek, en één zus was regentes in de middelbare school Belvedère in Asse. Heel wat Liedekerkenaren hebben in de jaren 50, 60 en 70 van vorige eeuw bij hen in de kleuterklas gezeten.
Slechts twee zussen zijn nog in leven en verblijven momenteel in het rusthuis St.-Raphaël maar hun huis aan het begin van de G. Mertensstraat staat er nog altijd bij alsof ze er nog allemaal wonen.

Hun grootvader, de vader van Robert en Maria, was Pieter August De Backer, schoolhoofd van de gemeenteschool van Liedekerke, toen nog op het Gemeenteplein. Zijn echtgenote, Sidonie Linthoudt, onderwees in de gemeenteschool naaien en breien aan de meisjes. Hun grafsteen werd van het oude kerkhof rond de kerk overgebracht naar het kerkhof in de Molenstraat. Samen met zijn hulponderwijzer, Benoit De Coene, werkte hij een leermethode uit die in boekvorm verscheen, iets wat in die tijd een opmerkelijk feit was. Achterkleindochter Lutgart heeft de leesboekjes nog altijd in haar bezit en was zo goed om ze ons even uit te lenen zodat we ze konden scannen. Je vindt de afbeeldingen ervan hieronder.
Leuk detail: de dochter en de zoon van respectievelijk Benoit De Coene en Pieter August De Backer, Eudoxie en Robert, trouwden met elkaar. 

 

 

 

   

    

Pieter August en Benoit zijn in elk geval de stamvaders van een heuse onderwijsdynastie in onze gemeente. Een paar generaties later telde de familie maar liefst 22 leerkrachten, van kleuterleidsters tot licentiaten.
Ook Lydie van de post werd onderwijzeres. Velen onder ons zien haar ongetwijfeld nog over ‘de koer’ lopen van de St.-Antoniusschool waar ze les gaf aan de meisjes van de afdeling snit en naad. Haar eigen opleiding en schoolcarrière zag er uit als volgt: na het zesde leerjaar ging Lydie naar de Nederlandstalige staatsschool in Laken waar ze drie jaar de humaniora volgde. Vervolgens ging ze naar de ‘normaalschool’ bij de Ursulinen in Laken; die opleiding duurde nog vier jaar. Door de oorlogsomstandigheden was Laken al gauw niet meer dagelijks bereikbaar met de trein, dus moest ze op internaat blijven; wel moest iedereen zijn kostje meebrengen voor de hele week.  Ze studeerde af in 1945, een beladen jaartal niet alleen omdat de tweede wereldoorlog eindigde maar ook omdat in de normaalschool de eerste lichting onderwijzeressen afstudeerde die hun opleiding volledig in het Nederlands hadden gekregen. 
Drie jaar humaniora gevolgd door vier jaar normaalschool was één manier om onderwijzeres te worden. Een andere weg naar een loopbaan in het onderwijs werd o.m. afgelegd door haar vriendin Hermine Goelens, ‘juffrouw Hermine’ van het vijfde leerjaar. Na haar zesde leerjaar volgde Hermine het zevende en het achtste studiejaar in Liedekerke. Dat kon toen nog. En na een voorbereidend jaar kon ook zij aan de normaalschool voortstuderen. ‘Juffrouw Hermine’ groeide samen met Lydie uit tot een van de bestgekende leerkrachten van hun generatie. 
Bij de Ursulinen gaf Lydie twee jaar les in het lager onderwijs, vervolgens een jaar in het technisch onderwijs in de Imeldaschool in Molenbeek en pas daarna kon ze eindelijk aan de slag in haar eigen gemeente: de St.-Antoniusschool in Liedekerke. Twaalf jaar lang was ze onderwijzeres in deze lagere meisjesschool maar toen ze huwde hield het voor haar plots op. Een gehuwde onderwijzeres mocht in die tijd niet voor de klas blijven staan in een katholieke school. Gelukkig kon dat wel in het beroepsonderwijs … in diezelfde school! En dus onderwees Lydie vanaf haar huwelijk algemene vakken zoals Nederlands, wiskunde en geschiedenis aan de meisjes in de snit en naadafdeling van de beroepsschool.

Lydie bevestigt dat vroeger in vele katholieke scholen de leerkrachten hun loon ontvingen uit de handen van de kloosteroverste. Een deel van dat loon werd ingehouden in naam van het bisdom. Deze praktijk werd uiteindelijk aangeklaagd en vervolgens werden leerkrachten verplicht om een rekening te openen bij de post waarop het ministerie van onderwijs hun loon rechtstreeks stortte. Moet het gezegd dat sommige leerkrachten hun ogen niet konden geloven bij het zien van hun eerste, volledige salaris? 

In 1975 ging Lydie met pensioen. Sommige van haar leerlingen zijn intussen zelf al 78 jaar oud ! ‘En ze zijn altijd braaf geweest, zelfs in mei 1968.’ (Het jaar dat de jeugd het establishment neerhaalde.)
Beste juffrouw Lydie, het is maar weinig mensen gegeven om zolang te kunnen genieten van de oude dag. Maar we wensen je toe dat daar nog vele jaren mogen bijkomen in goede gezondheid, liefdevol omringd door je kinderen en kleinkinderen. Dank voor dit heel fijne gesprek ! 

Anne Gies, oktober 2016

template by JStemplates.com
UA-57645190-1