Search

VOLGENDE ACTIVITEIT

Noteer onze volgende activiteit alvast in je agenda,
onze aktiviteiten gaan door in GC Warande, Opperstraat 31, 1770 Liedekerke

Voor meer informatie zie onze pagina activiteiten



Het luisterspel

UITGESTELD!



Waar komen
onze familienamen vandaan

UITGESTELD!



Tentoonstelling

Tijdens Kermis Opperstraat
in GC Warande

Zaterdag 3-10-2020
van 10.00-20.00

Zondag 4-10-2020
van 14.00-20.00

Maandag 5-10-2020
van 15.00-20.00



De bastaardkinderen van de graven van Vlaanderen en
de staatshoofden
van België

Deze lezing vindt plaats op 
19 november 2020 om 19.30 uur

Hondenslager/Suisse/Kerkbaljuw

KERKBALJUW

De kerkbaljuw of de suisse, was de ordebewaker tijdens de misvieringen in de katholieke kerk. Het kerkbaljuwschap was een kerkelijk ambt dat ontstond op het einde van de 19e eeuw. 
Men noemde de baljuw ook suisse omdat men hem vergeleek met de pauselijke Zwitserse Garde.
De suisse moest bij het begin van de misviering de priester afhalen in de sacristie, en hem na afloop er weer naartoe begeleiden.
Tijdens de consecratie salueerde de suisse, rechtopstaand vooraan in het middenpad van de kerk.
Het kerkbaljuwschap werd veelal doorgegeven van vader op zoon en het werd als een eer beschouwd om dit ambt te mogen uitoefenen. 

Na de Tweede Beeldenstorm, dus na het tweede Vaticaans concilie van 1962 tot 1965, verdween het ambt in tal van parochies, maar een suisse kon men nog een tijdlang tegenkomen.
Het uniform van de suisse bestond uit een wit hemd met opstaande boord en zwarte vlinderdas, een laag uitgesneden ondervest, de typische, lange donkerblauwe jas afgeboord met goudgalon, 
een donkerblauwe broek en zwarte schoenen, witte handschoenen en de opvallende steekhoed met pluim. 
Over de rechterschouder droeg de suisse een purperen bandelier met het opschrift KERKPOLITIE, later werd dat EERBIED IN GODS HUIS. 
Als teken van zijn gezag droeg hij een "pieke" of hellebaard.

Eigenlijk is er wel een verschil tussen de kerkbaljuw en de suisse want de kerkbaljuw was er al vroeger. In 1613 verscheen hij voor het eerst ten tonele als … hondenslager.

In de17de en 18de eeuw werden onze gewesten geteisterd door allerlei gespuis. Vreemde legers, die voor het overgrote deeluit onderbetaalde huursoldaten en avonturiers bestonden, doorkruisten regelmatig onze gewesten. In hun kielzog volgdenovervallers en bedelaars. De plaatselijke bevolking werd bestolen en gebrandschat. Gelovigen die aan de rand van de parochie woonden en zich dus een eind op weg moesten begeven om de eredienst te komen bijwonen, lieten zich veiligheidshalve vergezellen door honden. De dieren kregen echter geen toegang tot de kerk en moesten aan de ingang worden achtergelaten. De kerkbaljuw stond in voor het toezicht. Door de spreekwoordelijke trouw van een hond gebeurde het wel eens dat de dieren hun baasjes toch volgden tot in de kerk waardoor de eredienst soms duchtig verstoord werd. De kerkbaljuw moest dan met onzachte hand ingrijpen om terug orde te krijgen in de meute. Met eenstok joeg hij de dieren naar buiten. Zo kreeg de baljuw de bijnaam ‘hontslaeger’, een term die rond 1843 volledig verdween.

Maar de kerkbaljuw had nog meer taken. Uit verschillende 19de eeuwse rekeningen blijkt dat hij manusje van alles was. Hij moest het kerkhof onderhouden, gravenafbreken, bomen aanplanten en snoeien op gronden van de kerk, grachten graven, de kerkmuren schilderen…
Hij hielp regelmatig de vast aangestelde klokkenluiders en droeg tijdens processies het vaandel. Vandaag bestaat het ambt van kerkbaljuw niet meer.

Maar hoe zat het dan met de suisse ? 
Het ambt van de suisse kwam rechtstreeks voort uit dat van de kerkbaljuw; het was er de nieuwere vorm van. De suisse, die officieel eveneens kerkbaljuw heette, was een meer ceremoniële figuur; hij was de bewaker van de eerbied in Gods huis. Wie tijdens de eredienst de orde verstoorde of zich op welke wijze ook oneerbiedig gedroeg werd door hem de kerk uitgezet.
In de St.-Niklaaskerk in Liedekerke deed de allereerste suisse zijn intrede in 1879. Dat was een zekere Jozef Van Vaerenbergh. 
Zijn loon: 60 fr per jaar en … een paar nieuwe schoenen.

Een overzicht van de kerkbaljuws in Liedekerke:
1 Jozef Van Vaerenbergh °26 maart 1835, † 22 maart 1897 
2 Vermoedelijk Desiderius Asselman - °15 juni 1852, † 28 juli 1926 
3 Adolf Asselman, zoon van Desiderius - °20 juli 1886, † 30 juli 1948
4 Augustinus Asselman - °24 september 1888, † 20 november 1963 
     (plaatsvervangend door ziekte van zijn broer).
5 Severinus Asselman, alias ‘de Zilveren’ - °16 maart 1892, † 5 februari 1960 
6 Alfons Geeroms °22 februari 1900 in Pamel, † 7 juni 1987 
   of Fongsken van Finne van Leng uit Impegem (Driesstraat)
   Baljuw van ± 1960-1975. Gehuwd met Van Vaerenbergh

         

Van links naar rechts: Desiderius, Adolf en Severinus Asselman

      

Van links naar rechts: Adolf  en August Asselman, Alfons Geeroms

template by JStemplates.com
UA-57645190-1